De kloostertuin

De kloostertuin van Sint Agatha, die jaarlijks duizenden wandelaar begroet, is het meest bekende onderdeel van het kloostercomplex. De tuin is aangelegd vanaf de 18e eeuw en heeft als typische kloostertuin een economische, een recreatieve en een religieuze functie. Bij de ingang van de kloostertuin staat een bord dat bezoekers wegwijs maakt. De tuin is van zonsopgang tot zonsondergang vrij toegankelijk voor bezoekers.

De Kruisheren waren zelfvoorzienend en leefden eeuwenlang grotendeels van de opbrengst van het eigen land: een moestuin, fruitbomen, visvijvers, kippenhokken en bijenkorven. De tuin werd daarnaast gebruikt in de vrije tijd, om in te wandelen en te sporten. Voor sommige Kruisheren was het tuinieren zelf de belangrijkste hobby. De religieuze functie van de tuin is onder andere terug te vinden in de ‘semper virens’, het altijd groene deel van de kloostertuin, met wandelpaden voor het dagelijks breviergebed van de paters. De band tussen religie en tuinen is oud: het ‘aardse paradijs’ wordt in de bijbel niet beschreven als een kasteel of een paleis, maar als een tuin: de Hof van Eden.